Reviews

Concertgebouw Actua

Thu 11 August 2011

Het MAFestival belooft elk jaar kleppers – en komt die belofte steeds na. Stile Antico bijvoorbeeld, met een vlekkeloze versie van hun Song of Songs, composities naar het Hooglied – enige tijd geleden verschenen bij Harmonia Mundi (zie CulPa0902). Minutenlange staande ovatie in de Onze-Lieve-Vrouwkerk te Brugge. De samenzang dat dit ensemble neerzet is werkelijk hemels. Meer over onder meer MAFestival kan u lezen in het gratis magazine MuzeMuse. La Hispanoflamenca, onder leiding van Bart Vandewege, zette tijdens Sons Portugeses, het thema van Laus Polyphoniae dit jaar, ook een prachtig concert op in AMUZ. Het ensemble legde zich toe op de late Portugese polyfonie van rond 1600, gelardeerd met pareltjes op de harp van Manuel Vila Rodriguez of de vihuela (gitaar) vanFelipe Sanchez. Een gevarieerd programma, waar af en toe nog de gregoriaanse en antifone traditie doorklonk. Vuurwerk kwam er ook nog aan te pas met liefdesliederen uit die periode, profane polyfonie in kleine bezetting met gitaarbegeleiding. De restauratie van AMUZ werd onlangs afgesloten en mag nu tot de schoonste concertlocaties van Vlaanderen worden gerekend. Trouwens, onlangs werd in de Parkabdij te Heverlee het Huis van de Polyfonie geopend, als enige locatie ter wereld waar expliciet en exclusief polyfone muziek wordt bestudeerd!
 
Hemels, maar dan in een andere betekenis, was ook Roel Dieltiens, die in de kamermuziekzaal van Concertgebouw ook een staande ovatie kreeg. Hij bracht die dag de cello suites van Bach – steevast bovenaan in de Klara Top 75. Nu, Dieltiens, Vlaanderen’s antwoord op Pieter Wispelwey en Anner Bylsma, nam destijds die cello suites reeds op bij Accent. Hij deed dat onlangs weerom en wel op verbluffende wijze bij Et’Cetera (beide verdeeld door Codaex). Weinig muziekstukken werden zo verschillend geïnterpreteerd als deze cello suites. Zo bijvoorbeeld onlangs nog Gérard Caussé(Virgin / EMI) die een eerder zangerige versie presenteert. Sedert Casals deze suites uit het oefencircuit haalde en als volwaardig concertagenda opgooide kregen we al dansante, mystieke, mathematische, romantische … versies.
 
In Brugge trakteerde Dieltiens ons dus op een tweede lezing, anders dan de eerste maar helemaal Dieltiens. Door de suites te decontextualiseren kan hij de partituur geheel naar zijn hand zetten. Misschien luidt Dieltiens hiermee een nieuw hermeneutisch tijdperk in. Tijdens het 3de kwartaal van vorige eeuw moest de muziek helemaal in de actualiteit van de uitvoeringscontext worden geplaatst, tijdens het 4de kwartaal van diezelfde eeuw moest de muziek dan weer in haar ontstaanscontext worden teruggegooid. Dieltiens ontdoet in het 1ste kwartaal van deze eeuw de partituur helemaal van elke context die zou zijn voorafgegeven aan de uitvoerder zelf. Dus noch de epochaliteit van het ‘nu’ waarmee Herbert von Karajan barokmuziek evenals romantiek op dezelfde gezwollen manier uitvoerde waarom zijn tijdvak bleek te vragen; noch die waarmee Ton Koopman het barokoeuvre en Jos van Immerseel het romantisch oeuvre uitvoeren op authentieke instrumenten in de bezetting van het absolute ‘toen’ presenteren. Concreet betekent dit dat Dieltiens elk stuk onder de noemer van de tragiek plaatst – waardoor de muziek perfect aansloot bij het thema van MAFestival dit jaar: Testament – lofzang op het leven en de dood. Geen dansmuziek dus, geen kabbala, geen toegepaste wiskunde, maar tragiek. Dat vergt uiteraard een hoge mate van eigenzinnigheid, waarmee Dieltiens gelukkig geen enkel probleem heeft. Die eigenzinnigheid zorgde er overigens voor dat hij zichzelf af en toe parodieerde, bijvoorbeeld in het menuet uit de 1ste suite (BWV 1007), tot zichtbaar genoegen van zichzelf. Dat hij door deze desacralisatie het merendeel van zijn gehoor, dat ernstig zat te luisteren, alleen maar een hak zette, verhoogde alleen maar dat ondeugend genoegen dat zichtbaar van zijn mimiek viel af te lezen – tenminste door wie niet met gesloten ogen en kin in de hand devoot zat te luisteren, of in te dommelen, want het verschil valt niet steeds te zien. De laatste suite van die avond, de 5de (BWV 1011), werd nog de meest conventionele, wellicht omdat die suite uit zichzelf al tragisch genoeg klinkt. De sarabande daaruit bracht hij zo snijdend eenzaam en ijl … hij leek het te willen rekken tot het wel pijn moést doen. Het ensemble-effect dat sommige stukken uit deze cyclus weten op te roepen bleef helemaal achterwege.
 
Die desacralisatie heeft Dieltiens onlangs ook op de cello sonates van Vivaldi losgelaten (Et’Cetera / Codaex). Daarvan – en van de cello sonates van Geminiani, tijdgenoot van Vivaldi – nam hij precies 20 jaar geleden een niet minder dan sublieme versie op bij Accent (Codaex) met standaarden als Richte van der Meer, Robert Kohnen en Anthony Woodrow. Bij de opening van die CD grijpt een klauw u recht door uw strot de hartkamers binnen en houdt die daar gestrekt tot de laatste seconde. Ook die sonates nam hij recentelijk weerom op en laat daar het canon voor wat het is. SchittertDieltiens binnen het canon, daarbuiten wordt hij geniaal. Dat hij bij Vivaldi niet het register van de tragiek opentrekt, maar veeleer dat van de ludiek, dat staat dan ook volledig op zijn rekening, wij mogen dat smaken of niet, er bestaat geen enkel argument tegen – of voor. Een live versie daarvan kunnen we gaan smaken in Concertgebouw op 24 april. Op 15 april komt Ensemble Explorationsnaar AMUZ voor Das musikalisches Opfer van Bach. Samen met Les Muffatti zijn ze trouwens ‘ensemble in residence’ bij AMUZ.

 

More

RC (GRAMOPHONE): Kodaly Duo, Op. 7'1). Solo Cello Sonata, Op. 8b
RC (GRAMOPHONE): Bach Solo Cello Suite No. 2 in D BWV1008e
Gramophone.net: Vivaldi Vol.1
Gramophone.net: Vivaldi Vol.2 "Roel Dieltiens turns rare Vivaldi concertos into a 'memorable musical experience'
Biberfan.org: Vivaldi Vol.2

Back to overview